Q&A

Vraag en antwoord over de nieuwe DOM-regeling

Hoe werkt de nieuwe DOM-regeling precies? Wat moet je regelen voor een aanvraag? En wat is de rol van de DOM-denker? We hebben de belangrijkste vragen en antwoorden voor je op een rij gezet. Staat jouw vraag er niet tussen? Neem contact met ons op. We denken graag met je mee.

1. Over de regeling

2. Over de voorbereiding en het indienen van de aanvraag

  • 5. Hoe ver moet je plan zijn uitgewerkt voor een aanvraag voor Fase 1? En hoe ziet het aanvraagformulier eruit?

    Voor Fase 1 hoeft nog geen uitgewerkt plan klaar te liggen. Daar is deze fase juist voor bedoeld. Samen met inwoners en met procesondersteuning van een DOM-denker werk je toe naar een integraal plan.

    Wel moet er vooraf al voorbereidend contact zijn geweest. De gemeente en vrijwilligers uit de dorpen doen tijdens het proces namelijk actief mee.

    Je dient de aanvraag in via een digitaal aanvraagformulier. Daarin beschrijf je de aanleiding voor het project en de leefbaarheidsvraagstukken die je wilt onderzoeken.

  • ​6. Heeft het zin om als gemeente meerdere aanvragen voor verschillende dorpen in te dienen?

    Ja, een gemeente mag meerdere aanvragen indienen voor verschillende dorpen of gebieden. In totaal kunnen 16 aanvragen worden toegekend.

    Houd er wel rekening mee dat de provincie stuurt op regionale spreiding. Een tweede aanvraag van een gemeente wordt pas gerangschikt nadat de eerste aanvragen van alle andere Friese gemeenten op de lijst staan. Dien je meerdere aanvragen in? Zet ze daarom op volgorde van prioriteit. De aanvraag die je als eerste indient, maakt de meeste kans op toekenning.

  • 7. Benader je als gemeente gericht dorpen of zet je de regeling breed uit?

    Dat bepaalt iedere gemeente zelf. Je kunt dorpen gericht benaderen of kiezen voor een brede oproep.

    Gelijkwaardige samenwerking en gedeeld eigenaarschap zijn belangrijke uitgangspunten van de DOM-methode. Een DOM-denker kan met je meedenken over een aanpak die hierbij past.

3. Over de DOM-denker

  • 8. Is een gemeente verplicht om een onafhankelijke DOM-denker aan te stellen? En mag je deze zelf kiezen?

    Ja. Voor het maken van een integraal plan in Fase 1 is een DOM-denker verplicht. Je kunt zelf een bestaande DOM-denker kiezen of een nieuwe DOM-denker aandragen.

    De DOM-denker is onafhankelijk van zowel de gemeente als de dorpen en voldoet aan de voorwaarden en competenties uit de subsidieregeling.

  • 9. Schrijft de DOM-denker het plan?

    Nee. De DOM-denker is een onafhankelijke procesbegeleider en schrijft het plan niet zelf. Het integrale plan ontstaat uit de samenwerking tussen inwoners en de gemeente.

    Je mag het subsidiegeld wel gebruiken om ondersteuning in te huren bij het schrijven van het plan.

  • 10. Welk uurtarief geldt voor de DOM-denker en hoeveel van het budget gaat daar naar verwachting naartoe?

    Het uurtarief van een DOM-denker is € 115 per uur. Uit ervaring blijkt dat de inzet van een DOM-denker ongeveer € 10.000 kost. Dat is ongeveer de helft van het totale subsidiebedrag van € 20.000 in Fase 1.

    De rest van de subsidie kun je gebruiken voor andere ondersteuning bij het maken van het plan.

  • 11. Mag er al een projectleider bij het project betrokken zijn?

    Ja. In Fase 1 zet de gemeente eigen medewerkers in, zoals een dorpscoördinator of projectleider. Ook zetten vrijwilligers uit de dorpen zich in.

    De DOM-denker neemt de rol van de gemeentelijke projectleider niet over, maar is een onafhankelijke verbinder. Een gemeentelijke projectleider en DOM-denker kunnen dus naast elkaar werken. Belangrijk is dat er een gelijkwaardige samenwerking ontstaat tussen gemeente en inwoners.

4. Over fase 1 - samen tot een plan komen

5. Over fase 2 - van plan naar uitvoering

  • 14. Bepaalt de kwaliteit van het plan of je subsidie krijgt in fase 2? En hoe worden de plannen beoordeeld?

    Ja. In fase 2 bepaalt de kwaliteit van het plan de rangschikking. Een provinciale beoordelingscommissie beoordeelt ieder plan op drie onderdelen:

    • Aansluiting bij leefbaarheidsambities: maximaal 15 punten
    • Integraliteit en toekomstbestendigheid: maximaal 15 punten
    • Uitvoerbaarheid en cofinanciering: maximaal 10 punten

    In totaal kun je maximaal 40 punten behalen. Scoort een plan op één van deze onderdelen 0 punten? Dan valt het af. Bij een gelijke totaalscore geeft geografische spreiding de doorslag.

  • 15. Wat kun je betalen met het uitvoeringsgeld uit fase 2? Bijvoorbeeld ook vervolgonderzoek?

    Met het uitvoeringsgeld uit fase 2 kun je de daadwerkelijk gemaakte kosten voor de uitvoering van concrete projecten betalen.

    Je kunt de subsidie niet gebruiken voor het oprichten van een rechtspersoon, het aanvragen van de subsidie, loonkosten van eigen gemeentepersoneel of vrijwilligersuren.

    Is vervolgonderzoek direct noodzakelijk voor de uitvoering van het concrete project? Dan valt dit onder de uitvoeringskosten.

  • 16. Mag je een financiële bijdrage van derden, zoals een vereniging, gebruiken als cofinanciering?

    Ja. Een bijdrage van derden, zoals maatschappelijke partners of een sportvereniging, mag je gebruiken als cofinanciering.

    De provincie vergoedt in fase 2 maximaal 50% van de kosten. Brengen de gemeente en derden samen meer cofinanciering in? Bijvoorbeeld 70%, tegenover 30% van de provincie? Dan levert dat bij de beoordeling meer punten op.

6. Verantwoording en ondersteuning

Staat jouw vraag er niet tussen?